OUD

Heb jij de neiging om zaken uit te stellen? Duid telkens het juiste antwoord aan:

1 = Vrijwel nooit
2 = Weinig
3 = Soms
4 = Vaak
5 = Vrijwel altijd
Stellingen   1     2     3     4     5  
 
1. Ik ben bezig met dingen die ik al veel eerder had moeten doen. 
2. Ik begin pas op het laatste nippertje aan een taak of examen te werken. 
3. Als ik een bibliotheekboek uit heb, lever ik het meteen in. 
4. Als het 's ochtends tijd is om op te staan, kom ik meteen uit bed. 
5. Als ik een brief schrijf, zit er nogal wat tijd tussen het schrijven en het op de bus doen. 
6. Als ik iemand moet terugbellen, doe ik dat meteen. 
7. Kleine klusjes laat ik dagen liggen. 
8. Ik neem mijn beslissingen zo snel mogelijk. 
9. Ik heb de neiging verplichtingen uit te stellen. 
10. Ik moet me haasten om mijn werk op tijd af te krijgen. 
11. Als ik weg moet, zijn er op het laatste moment nog dingen te doen. 
12. Zelfs als ik dringend iets af moet maken, ben ik nog andere dingen aan het doen. 
13. Ik ga het liefst vroeg naar een afspraak. 
14. Als ik een opdracht moet uitvoeren, begin ik er meteen aan. 
15. Ik heb een taak eerder klaar dan strikt nodig is. 
16. Verjaardagscadeautjes of andere cadeautjes koop ik op het laatste moment. 
17. Zelfs belangrijke dingen koop ik op het laatste moment. 
18. Alle dingen die ik me op een dag voorgenomen heb, doe ik ook. 
19. Ik merk dat ik dingen tot morgen uitstel. 
20. Ik zorg ervoor dat ik alle dingen die ik moet doen overdag klaar heb, zodat ik 's avonds kan uitrusten.