Verbale intelligentietest verbanden

De eerste twee woorden hebben een bepaald verband met elkaar. Geef telkens voor het volgende woord een gelijkaardig verband.

Bijvoorbeeld:

Arm -> Hand en Been -> ?

- Teen
- Kuit
- Voet
- Enkel

Het juiste antwoord is 'Voet'. Immers: 'Arm' staat tot 'Hand' zoals 'Been' tot 'Voet'.
1. Lood -> Zwaar en Pluim -> ?
 
2. Kachel -> Warmte en Koelkast -> ?
 
3. Liefhebben -> Vriend en Haten -> ?
 
4. Bladzijde -> Boek en Zin -> ?
 
5. Ochtend -> Ontbijt en Avond -> ?
 
6. Jaar -> Maand en Week -> ?
 
7. Hond -> Hok en Vogel -> ?
 
8. Zanger -> Lied en Schrijver -> ?
 
9. Schaap -> Lam en Paard -> ?
 
10. Bord -> Soep en Brievenbus -> ?
 
11. Buis -> Water en Ader -> ?
 
12. Auto -> Motor en Mens -> ?
 
13. Wolken -> Regen en Fruit -> ?
 
14. Bij -> Honing en Koe -> ?
 
15. Zon -> Warmte en Bomen -> ?